Voormalig premier Balkenende zullen velen zich herinneren als de politicus die de dialoog over waarden en normen weer op de publieke agenda heeft gezet. Het was overigens wel teleurstellend dat die dialoog al snel werd versmald tot “fatsoen moet je doen”. Als ik mij niet vergis kreeg Balkenende met name vanuit progressieve hoek de nodige kritiek te verduren. Maar de tijden veranderen. Recent heeft een progressieve wethouder in Amsterdam een stevig pleidooi gehouden voor hoffelijkheid. In een stad met een bevolking afkomstig uit vele landen en met een veelheid aan levensbeschouwingen, is het belangrijk te zoeken naar een gedeelde moraal. In mijn eigen stad Groningen, met een progressief gemeentebestuur, wordt hard gewerkt aan een “ Handvest voor compassie”. De koudwatervrees voor paternalisme en bevoogding lijkt ook bij linkse politici gelukkig weggeëbd. Over de volle breedte van het politieke spectrum wordt beseft dat het belangrijk is om opnieuw na te denken over waarden,normen en deugden. In een land vol minderheden is het zoeken naar een gemeenschappelijk moreel fundament uitermate belangrijk. Een pluriforme samenleving heeft behoefte aan een gedeelde basismoraal.
Verhuftering
De nieuwe aandacht voor een gedeelde visie op wat goed is, en daarmee verbonden aandacht voor gemeenschappelijke spelregels, is ongetwijfeld mede het gevolg van allerlei tekenen van verruwing en verhuftering in de publieke ruimte. Ik denk aan vandalisme rondom sportwedstrijden. Maar ook het geweld tegen brandweermensen en ambulancepersoneel tijdens blus- en reddingsacties. Ik zou wel eens willen weten hoeveel bushokjes ieder weekend in ons land in gruzelementen worden geslagen. Maar de verruwing uit zich niet alleen in fysiek geweld maar ook in verbaal geweld. Ik noem de verharding van het maatschappelijk debat, tot in de Tweede Kamer toe. Als het gaat om de vrijheid van meningsuiting is er juridisch meer mogelijk dan wat intermenselijk beschaafd en gepast is. Op talloze websites wordt vaak vooral op de man gespeeld. Mensen worden zo onnodig beledigd en hun goede naam wordt door het slijk gehaald.
Maar er zijn zeker nog andere voorbeelden van verhuftering te noemen. Ik noem het bewust vervuilen van ons leefmilieu door individuen maar ook door grote concerns. En ik denk ook aan de graaicultuur die helaas onder een deel van de top van ons bedrijfsleven gemeengoed is geworden. Keurige mannen is driedelig grijs dragen zo bij aan een ondermijning van de publieke moraal en de inzet voor het algemeen welzijn. Ook na de recente economische crisis, worden in menig bedrijf weer lustig exorbitante bonussen uitgekeerd.
Waardigheid
Belijdende christenen zijn in onze samenleving helaas een minderheid geworden. Maar ook zij kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de strijd tegen de verruwing en de vergroting van de hoffelijkheid en compassie. De Kerk is immers bij uitstek een vindplaats van waarden, normen en deugden. Zij beheert een eeuwenoude schat van wijsheid over God, mens en maatschappij. In het katholiek sociaal denken staat de notie van de menselijke waardigheid centraal. Als schepsel van God heeft die waardigheid van de mens een transcendent fundament. Dat besef vormt een stimulans om respectvol en hoffelijk met andere mensen om te gaan. Tegelijk vormt het een belangrijke rem voor fysiek en verbaal geweld. Wie een medemens schaadt, raakt immers ook de Schepper.
Het inoefenen van goed en kwaad vindt allereerst plaats binnen het gezin, als primaire plek van opvoeding. Niet alleen de woorden maar vooral het geleefde leven van vader en moeder zijn van onschatbare waarde voor de overdracht van moreel gedrag. Hoewel de oude driehoek gezin, school en kerk in het huidige Nederland sterk is geërodeerd, kunnen parochies, kerkelijke gemeenten en christelijke scholen een bijdrage leveren bij de internalisering van waarden als hoffelijkheid en respect.
Moreel esperanto
Enkele jaren geleden deed Paul Cliteur een oproep om te werken aan een “moreel esperanto”. Hij bedoelde daarmee dat wij Nederlanders geroepen zijn om een gemeenschappelijke morele taal te leren, nu binnen onze samenleving mensen met zeer verschillende culturele achtergronden aanwezig zijn. Cliteur is humanist en pleit voor een redelijke fundering van de moraal. Een christen zal geloof en moraal niet willen loskoppelen. Maar diezelfde christen in het huidige Nederland zal tegelijkertijd beseffen dat een gedeelde morele taal noodzakelijk is. Compassie en hoffelijkheid hebben daarbij trouwens goede bijbelse papieren.
Mgr. Dr. G.J.N. De Korte
Column verschenen op zaterdag 18 juni
2011, in het Nederlands Dagblad.
|
|
|
In de officiële geloofsbelijdenis staan de zinnen: ‘ik geloof in de heilige katholieke kerk’ en ‘in de gemeenschap van de heiligen’. Die woorden kunnen terecht onze wenkbrauwen doen fronzen. De Kerk bestaat toch niet uit allemaal heiligen? Van hoog tot laag, in z’n geheel en in gedeelten maakt de kerkgemeenschap fouten, soms zelfs grote fouten. In de afgelopen jaren is dat door de talrijke misbruikschandalen pijnlijk duidelijk geworden. We weten er alles van.
Toch noemt de Kerk zich al vele eeuwen heilig.
Het is goed om te weten wat de oorspronkelijke betekenis van die uitspraken in de geloofsbelijdenis zijn. Oorspronkelijk staat er in plaats van de kerk als gemeenschap der heiligen, de gemeenschap met het heilige. God en de boodschap van Christus die aan de oorsprong van de Kerk staan, kun je zondermeer heilig noemen. Men kan denken aan een uitspraak als: ‘want Ik de Heer uw God, ben heilig.’ (Leviticus 19,2). De kerkgemeenschap wordt opgebouwd door het gemeenschappelijk delen van het heil, het delen van het geloof in het evangelie, en door de gemeenschappelijke viering van de sacramenten. Door het gemeenschappelijk delen in het heilige, zijn we op weg naar die gemeenschap van de heiligen. En de heiligen zijn in dit geval alle gelovigen van alle tijden. Allen die de weg van Jezus Christus zijn gaan volgen. Zeker niet alleen dus de heilig-verklaarden, al heeft deze uitzonderlijke groep wel een voorbeeldfunctie voor alle gelovigen, voor alle gedoopten.
Eigenlijk is hier hetzelfde aan de hand als bij het ontvangen van de sacramenten. Door het doopsel zijn we christen geworden, maar we hebben een heel mensenleven nodig om steeds meer christen te worden. Als we het heilig vormsel ontvangen, dan ontvangen we de gaven van de heilige Geest, tegelijkertijd wordt er gebeden dat we die Geest mogen blijven ontvangen.
De uitspraak ‘heilige kerk’ heeft in eerste instantie niet de betekenis van een volmaakte kerk. Die kerk is nog ver weg. De Kerk is alleen maar heilig omdat zij voortkomt uit God en naar Hem onderweg is. We zijn met vallen en opstaan op weg: op weg naar God en naar elkaar. Moge de Goede Geest
van God ons daarbij steeds ter zijde staan!
Pastor B. van der Wal
|
|
12 Mei jl. was het zover. Een ontmoeting met onze bisschop en de bisdomstaf in Gorredijk vond plaats om de voorgenomen beleidsnotitie Kwetsbaar en Hoopvol te bespreken.
Na een uitgebreide voorbereiding waren de GODZ parochies tot een gezamenlijk standpunt gekomen. De parochiebesturen van het GODZ en de pastores waren hiervoor een aantal keren bij elkaar gekomen en in alle parochies was met de parochianen gesproken.
Een kort verslag van de bijeenkomst: deze verliep constructief. Pastor van der Wal opende de bijeenkomst waarin het standpunt van ons samenwerkingsverband al werd aangekondigd en de Bisschop opende constructief door aan te geven dat de notitie een door het bisdom gewenste eindsituatie schetste, maar dat hij daarbij overwoog om de invoering in tijd, maar ook in vorm, niet integraal weg te zetten. Daarmee opende hij de deur daar het gesprek: dat er iets moet gebeuren is duidelijk. Maar het hoeft niet overal op precies hetzelfde manier en op hetzelfde moment te gebeuren.
Deze opening van de Bisschop sloot uitstekend aan bij het standpunt van ons samenwerkingsverband: we willen doorgaan met ons samenwerkingsverband en we willen deze samenwerking ook intensiveren in de komende 5 jaar. Daarnaast zijn we van mening dat bestuurlijke schaalvergroting (samen 1 rechtspersoon, dus 1 parochie worden) in ieder geval op de korte termijn meer nadelen zal opleveren dan voordelen.
Alle mensen die op de zgn. ‘publieke tribune’ hadden plaatsgenomen kregen ook ruim de gelegenheid om vragen te stellen en opmerkingen te maken. Kritische vragen en gepassioneerde opmerkingen passeerden de revue.
De bisschop heeft aangegeven in het najaar, na raadpleging van alle parochies en samenwerkingsverbanden, tot besluitvorming over te gaan.
Daarmee is een ding zeker: wordt vervolgd!
Bejanne Hobert, voorzitter parochiebestuur
|
|
Bisschop De Korte heeft besloten tot drie nieuwe benoemingen per 1 september 2011 in Friesland.
Mevrouw drs. Nelleke ten Wolde-Hijwegen zal de parochies van Joure, Sint-Nicolaasga en Lemmer verlaten vanwege een nieuwe benoeming als pastoraal werkster in het pastoraal team van de samenwerkende parochies van Bolsward, Makkum, Witmarsum en Workum (De Viersprong).
Mevrouw drs. Germa Kamsma-Kunst verlaat de parochies van De Viersprong vanwege een nieuwe benoeming als pastoraal werkster in het pastoraal team van de Titus Brandsma-parochie in Leeuwarden.
De heer drs. Lucas Foekema verlaat de parochie in Leeuwarden vanwege een nieuwe benoeming als pastoraal werker in het pastoraal team van de samenwerkende parochies van Joure, Sint-Nicolaasga, Lemmer, Balk, Bakhuizen, Sloten en Woudsend.
|
|
|
GODZ wil zelfstandig blijven samenwerken |
Op donderdagavond 12 Mei hebben de parochiebesturen van Gorredijk, Oosterwolde, Drachten en Zorgvlied met de bisschop en zijn staf gesproken over zijn beleidsplan 'Kwetsbaar en Hoopvol', en met name over zijn voornemen om de parochies Gorredijk, Oosterwolde, Drachten en Zorgvlied samen te voegen. De bijeenkomst vond plaats in Gorredijk. Alle vier de parochiebesturen waren voltallig aanwezig en vanuit het Bisdom waren er naast de bisschop ook de vicaris en vier stafmedewerkers. Vanuit het bisdom werden de 'Kaski' cijfers gepresenteerd: een prognose hoe het in de toekomst zal gaan met het aantal kerkgangers, vrijwilligers en de financiën.
Voor wat Oosterwolde betreft is de verwachting wel dat het allemaal minder zal worden, maar we zijn nog steeds een 'vitale' parochie, en dat geldt ook voor de andere drie parochies. Verder werd nog een keer uitgelegd hoe men zich de samenvoeging precies voorstelt.
Wij hebben, zoals afgesproken tijdens onze open parochievergadering op 5 januari j.l., heel duidelijk aangegeven dat we wat ons betreft gewoon als zelfstandige parochie doorgaan, omdat we denken dat we daarmee het beste uitgangspunt hebben om verder te werken aan de vitaliteit van onze gemeenschap. We hadden dit standpunt vooraf goed afgestemd met de andere parochies, en aan het eind hebben we de bisschop een brief overhandigd waarin het als volgt is verwoord: Alle aangesloten parochies kiezen er voor om als zelfstandige parochies door te gaan en te vitaliseren. Het GODZ is op dit moment een constructief, actief en vitaal samenwerkingsverband. Deze samenwerking willen de zelfstandige parochies de komende jaren voortzetten en intensiveren. De parochies zien nog geen meerwaarde om nu over te gaan tot één parochie.
Volgens mij is die boodschap over gekomen. Om te beginnen zat er echt een luisterende bisschop; het accent lag op onze gedeelde inspiratie en betrokkenheid, en op de dialoog. In de tweede plaats was er voldoende gelegenheid om ons standpunt goed naar voren te brengen en met argumenten te onderbouwen (we hadden als vier parochies daarvoor twee woordvoerders benoemd). Maar wat zeker ook een positieve rol heeft gespeeld is dat een aantal mensen vanuit de zaal lieten merken hoe het ze ráákt. Daarmee werden we er weer aan herinnerd dat het uiteindelijk niet gaat om cijfers of bestuursvormen, maar om Jezus, en het samen proberen te leven in zijn naam.
In september neemt de bisschop het definitieve besluit, we zullen dus nog even geduld moeten hebben. Maar wat mij betreft kunnen we ondertussen hoopvol zijn, en doorbouwen aan een vitale parochie. Het mooie van sombere toekomstvoorspellingen is dat je er wat aan kunt dóen. Om de bisschop te citeren (en zo zei hij het echt): 'wat we ons in ieder geval niet kunnen permitteren is om op onze krent te blijven zitten'. Aan het werk dus!
Ignas de Grefte
Oosterwolde
|
|
|
Zondag 1 Mei heeft paus Benedictus XVI paus Johannes Paulus
II zalig verklaard. Hier kunt u de
plechtigheid terug zien. Lees/bekijk hier het uitgebreide dossier op Katholiek
Nederland.
|
|
De Swannen
Se binne net op reis. Se binne.
Ik tekenje it finster om har hinne.
Ik snij dit pear mei flymskerp
langstme út.
Sa wol ik wêze. Widzjend
op de fiver fan bestean.
Sa wol ik
dat wy gean.
As ûnderweis nei brêge,
mar ûndertroch,
as nei de see, mar dan sabeare.
Margryt Poortstra
Ik zie ze bij ons aan de waterkant, de vogels, de futen, de zwanen
allemaal druk bezig met het maken van nesten. Jumper, onze ‘halve’
Duitse staande, is zeer geïnteresseerd in al dat gevlieg en gesnater.
Ze trekt aan de lijn en wil vrij gelaten worden, ze wil langs
de waterkant springen en hollen. Al die eendjes! Mijn buurvrouw en
ik lopen op dit ogenblik met zes honden. Vier honden van onszelf en
dan nog twee van een buurvrouw die ziek is. Schertsend noemen
wij onszelf: ‘uitlaatservice De vrolijke blaf’.
Maar Jumper is niet de enige die van alles ziet, ook wij genieten van
alles wat er bloeit in deze tijd: uitbottende bomen, de bloesem. Het
nieuwe leven komt eraan, is bezig.
Pasen, is gevierd. Pasen, feest van het nieuwe licht, feest van geboorte
en opstanding, feest van nieuwe mogelijkheden.Veertig dagen
lang duurde de voorbereiding. Een tijd die uitnodigt tot nadenken
en bezinnen. Van even op de plaats rust, van loslaten, en nu
zou je net als de zwanen uit het gedicht willen zweven boven het
water van de vijver, de vijver van het bestaan zoals de friese dichteres
Margryt Poortstra het uitdrukt. Ze zijn niet op reis die zwanen,
ze zijn simpelweg: Sa wol ik wêze. Widzjend … op de fiver fan
bestean. Sa wol ik dat wy gean.
Is dat iets van Pasen wellicht? Even een moment van ‘zijn’, zwevend,
de steen is net weggerold. Een steen van opgekropt verdriet,
de steen van desillusies, de zwaarte van moedeloosheid en bitterheid.
De steen aan het einde van de tunnel, het licht kan er niet bij.
Een steen van woede om alle hulpeloosheid, om alle oorlogen en
strijd.
Een steen die alle verlangens onbereikbaar maakt, een dood spoor?
Met Pasen lazen we het verhaal van de steen: we horen hoe de
vrouwen naar het graf gaan, zij gaan op weg naar hun desillusie.
Vanuit hun schuilplaats waren zij in alle vroegte naar het graf gegaan.
Zij hadden nog zo gehoopt dat Hij hun wereld had kunnen
veranderen, maar nu, wat is er over van hun verlangen, hun heimwee.
Maar ze blijven bij elkaar en schuilen bij elkaar.
“Wat zoekt u de levende bij de doden”, wordt er gezegd. En dan
langzaam dringt het besef door dat de steen is weggerold, dat de
muur is doorbroken, dat het leven de dood heeft overwonnen. Zij
kunnen het niet bevatten, zij fluisteren het tegen elkaar, zij kijken
elkaar in de ogen en zien in elkaar diezelfde verwachting terug die
leeft in hun eigen hart. En zij voelen zich tot leven komen. Want de
steen is weggerold.
Sa wol ik wêze. Widzjend … op de fiver fan bestean. Sa wol ik dat
wy gean.
Pastor M. Tiesinga.-Foekema.
|
|
|
Dagelijks zien wij
in het journaal mensen in nood. Terwijl ik dit schrijf denk ik aan vertwijfelde
mensen in Japan na de vreselijke aardbeving. Al weken tonen de
nieuwsuitzendingen op de televisie beelden uit Arabische landen. Indringend
zijn de begrafenissen van mensen die bij demonstraties het leven hebben
verloren. Je ziet familieleden die vol verdriet hun dierbare doden begraven.
Ernstig lijden kan onze band met God aanvechten. Het leven kan zo duister
worden dat het licht van de Heer nog nauwelijks zichtbaar is. In dit verband
denk ik aan een woord van de profeet Jesaja: “De Heer heeft mij verlaten” (Jesaja 49,14). Deze woorden zijn gesproken tegen de achtergrond van de
ballingschap van het joodse volk in de 6de eeuw voor Christus.
Ballingschap
De ballingschap
vormt een dieptepunt in de geschiedenis van het oude Israël. Juda wordt onder
de voet gelopen door het machtige Babel. De prachtige tempel van Jeruzalem
wordt verwoest. Aan het koningschap komt een einde. De elite wordt weggevoerd,
ver van het land van belofte. Alle tekenen van Gods verbond met zijn volk
lijken zo verloren gegaan. De weggevoerde ballingen zijn ontmoedigd. Maar in
naam van God mag de profeet Jesaja hen troosten. De profeet herinnert de
ballingen eraan dat God nooit ophoudt van hen te houden. Om dit te
verduidelijken vergelijkt Jesaja Gods liefde voor zijn volk met de liefde van
een moeder voor haar kind. En dan klinken die woorden vol belofte: “Ik vergeet
u nooit” ( Jesaja 49,15). In alle ellende mogen de ballingen niet vervallen in
hopeloosheid. Als mensen alle grond onder hun voeten zijn kwijtgeraakt klinkt
dit troostvolle woord van Gods nabijheid. Hij geeft mensen weer een stevig
fundament om op de staan.
Onbezorgd
Het leven van een
gelovig mens verloopt niet altijd over rozen. Vroeg of laat krijgen wij te
maken met ziekte en gebrek. Dierbare mensen in onze omgeving komen te sterven.
Er is het verdriet om werkeloosheid en arbeidsongeschiktheid. En steeds meer
tijdgenoten hebben weet van ontrouw in relaties. In al die situaties kan ook
ons Godsvertrouwen stevig worden aangevochten. Maar dan mogen ook wij ons laten
troosten door het woord van Jesaja dat de Heer ons nooit vergeet. Vertrouwen in
de trouwe God kan ons leven ten diepste onbezorgd maken. Zoals de Heer zorgt
voor de vogels in de lucht en de bloemen op het veld, zo zorgt Hij des te meer
voor zijn mensen. Gelovige onbezorgdheid is overigens wat anders dan
zorgeloosheid. Juist vertrouwen in Gods trouw doorbreekt cynisme en
onverschilligheid. Het geeft ons daardoor de ruimte om, in kracht van de Geest,
onze verantwoordelijkheid te zien en te nemen. Wij kunnen leven en werken voor
het aangezicht van een trouwe God.
Toekomst Kerk
Kerkmensen maken
zich in toenemende mate zorgen over de toekomst van de Kerk. Met name de grote
volkskerken in Nederland, de PKN en de Rooms Katholieke Kerk, hebben immers te
maken met een jaarlijkse krimp van meer dan 100.000 gelovigen. Evenveel als de
inwoners van een stad als Leeuwarden. Alle statistieken extrapoleren, bij
ongewijzigd beleid, voor de toekomst een daling van mensen en middelen. Minder
draagvlak impliceert uiteindelijk minder draagkracht. Een voortgaande
marginalisering van het kerkelijk leven lijkt onvermijdelijk. Maar christenen
leven uiteindelijk niet van statistieken. God is immers de eerste en de
laatste. Wij leven van de belofte van Gods nabijheid en trouw. Onbezorgd en vol
hoop zijn wij geroepen om tekens op te richten van het Koninkrijk dat de Heer
zelf zal voltooien.
Zegel
Wij leven in de
Veertigdagentijd. Een tijd van bezinning op het lijden, het sterven en de
opstanding van Christus. In deze weken, op weg naar het Paasfeest, richt de
liturgie van de Kerk ons op het einde van het leven van de Heer. In Christus
heeft Gods trouw en nabijheid een gezicht gekregen. Zondige mensen mogen weten
dat God door Christus hun schuld heeft vergeven. Op het kruis is de belofte dat
God de wereld en ons mensen niet vergeet bezegeld. Christenen leven vanuit het
geheim van de Paasmorgen. De gestorven Christus heeft van de Vader nieuw en
ander leven ontvangen. De christen leeft vanuit het vertrouwen dat Christus ons
is voorgegaan en dat wij Hem eens zullen volgen. Tot die tijd is ook het
bestaan van een gelovig mens vaak weerbarstig; een grillig mengsel van licht en
donker. Maar het leven wordt nooit volkomen duisternis. De belofte van God
trouw wil het vertrouwen in ons hart voeden. Gelukkig de mens die zich durft
overgeven aan die belofte.
Mgr. Dr. G. J.N. De Korte
Bron: Nederlands Dagblad
|
|
|
Parochianen-voorgangers, ook wel aangeduid als 'liturgische medewerkers' kunnen
voorgaan in communievieringen. Bisschop De Korte heeft besloten aan deze
liturgische medewerkers, met ingang van 1 september 2011, voortaan geen
kerkelijke zending meer te verlenen. 'In de afgelopen jaren heb ik gemerkt dat
soms het onderscheid met pastoraal werkers in de praktijk vervaagt', aldus de
bisschop. 'Om enerzijds het onderscheid met de pastorale beroepskrachten helder
te houden en om anderzijds geen onderscheid te creëren tussen de verschillende
liturgische medewerkers, heb ik dit besluit genomen'.
Reeds verleende zendingen
zijn vanaf het moment van verlening vijf jaar van kracht. Bisschop De
Korte laat uitdrukkelijk weten dat hij grote waardering heeft voor de geschoolde
parochianen die als vrijwilliger voorgaan in bepaalde vieringen en in bepaalde
instellingen, zoals zorginstellingen.
|
|
|