Diederik Duzijn priester gewijd

Diederik Duzijn priester gewijd

Op zaterdag 7 februari heeft mgr. Gerard de Korte in een bomvolle Sint Jozefkathedraal in Groningen Arjen Jellema en Diederik Duzijn door gebed en handoplegging priester gewijd. Tijdens de plechtigheid preekte de bisschop over het evangelie van de Emmaüsgangers. Dat gaat over enkele leerlingen van Jezus die na Goede Vrijdag gedesillusioneerd terugkeren naar huis. Maar dan loopt een vreemdeling met hen mee die intens naar hen luistert en de gebeurtenissen rond Jezus in perspectief zet. De vreemdeling wordt uitgenodigd om met de leerlingen maaltijd te houden en bij het breken van het brood herkennen de leerlingen in de vreemdeling Christus zelf. De gestorven Christus openbaart zich als de Levende.

Bisschop de Korte verbond het evangelie met de taak van de nieuwe priesters. Zij zijn geroepen om intens te luisteren naar de levensverhalen van de parochianen met wie zijn optrekken. Tegelijk kunnen zij deze levensverhalen verhelderen en duiden in het licht van het evangelie. De bisschop sprak de hoop uit dat de nieuwe priesters op een gastvrije wijze aan hun ambt invulling zullen geven. Zij mogen de gelovigen ook sterken in het geloof door de sacramenten, heel bijzonder door de viering van de Eucharistie

Bisschop de Korte refereerde in zijn preek ook aan zijn recente brief over de toekomst van het bisdom. Dit zijn voor het bisdom Groningen Leeuwarden jaren van de waarheid. Katholieken worden opgeroepen om het geloof van hun doopsel serieus te nemen. Alle gedoopten zijn geroepen om een bijdrage te leveren aan de opbouw van de katholieke geloofsgemeenschappen. De bisschop vroeg de nieuwe priesters om de gelovigen daarbij te helpen. Het gewijde priesterschap is immers bedoeld om dienstbaar te zijn aan heel het volk van God.

In een dankwoord namens beide wijdelingen zei Diederik Duzijn dat zijn dank allereerst Jezus Christus geldt en dat alle aanwezigen zich daarbij ingesloten mogen weten. ‘Want, om met de woorden van Paulus te spreken, in Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij’.